home links | contact 
Standpunten > Witte knuffelsenior?
Zijn witte senioren zielig omdat alle aandacht nu naar allochtonen uitgaat? Lees mijn essay dat ik heb geschreven in het kader van de essaywedstrijd van FORUM.

 

Ze zijn beiden 72 jaar oud, wonen hun leven lang in Nederland, zijn er geboren. De een in Voorburg, de ander in Zwolle. Beiden hebben de oorlog meegemaakt, de wederopbouw gezien en de eerste gastarbeiders ontmoet. Ze zien nu het resultaat van de multiculturele samenleving. Hij is zijn leven lang werkzaam geweest op de technische universiteit en is een bekwaam bčtawetenschapper. Zij is laborante geweest en heeft nooit de baan en de erkenning gekregen die ze zocht. Altijd was er iemand anders met sterkere ellebogen, iemand met vriendjes op de juiste plekken. Zij, de bescheidenheid zelve, is nooit brutaal genoeg geweest om op te eisen wat haar toe kwam. Dat gevoel is eigenlijk nooit weggegaan en nu is het te laat. De geschiedenis had volgens haar anders moeten lopen. 

Deze twee witte senioren verdiepen zich, nog steeds in wie er goed en wie er fout waren in de oorlog. Een sterk gevoel voor gerechtigheid leeft door en door. Het moet toch voor iedereen duidelijk zijn dat wat er in de oorlog is gebeurd nooit meer mag gebeuren. De Duitsers, de joden, de fascisten, de communisten, de NSB'ers en iedereen die geen vinger heeft uitgestoken zijn in de jaren na de oorlog in de gesprekken tussen de twee geanalyseerd. En nog steeds.   De oorlog ligt inmiddels ver achter hen. Het is een verleden dat alleen de oudere generatie nog heeft meegemaakt. Het doet hen soms pijn dat de nieuwe generatie zo weinig van de oorlog weet. “Het is al meer dan 60 jaar geleden. Laat het toch rusten”, horen ze wel eens. Zij kan zich daar niet bij neerleggen.  

Het nieuwe verleden is van de afgelopen 10 ŕ 20 jaar. Het zijn de arbeidsimmigranten uit Marokko en Turkije. Niet de Surinamers, Indonesiërs of Molukkers en zelfs niet de Antillianen. Die laatsten horen bij Nederland. Natuurlijk, er zijn genoeg voorbeelden van Antillianen die hier in Nederland de boel verzieken. Voor zichzelf, maar ook voor hun mede-Antillianen. En de Molukkers? Die hebben hun eigen vrijheidsstrijd. Daar hebben wij Nederlanders ons ook nog eens in gemengd. Indonesië? Geen kwaad woord over het Indonesië van toen. Ja, de bezetting door de Nederlanders was natuurlijk ook niet altijd zuivere koffie, laat dat duidelijk zijn. Maar de Indische gemeenschap is in Nederland al jaren goed gesetteld, en heeft een mooie cultuur meegebracht. Wie eet er geen rijsttafel? Goede Surinamers zijn er genoeg. Meneer en mevrouw lachen om Jörgen Raymann. Gezellige jongen. Wel jammer dat het Nederlands elftal meer zwarten dan Nederlanders kent. Toen het Nederlands elftal onder 21 Europees kampioen werd en met de Surinaamse vlag liepen te wapperen, ontstak zij in woede. Er zijn grenzen aan wat al die buitenlanders in ons Nederlands elftal kunnen maken. Waarom niet de Nederlandse vlag? En er zijn toch voldoende goede Hollandse voetballers? 

En dan de nieuwe burgemeester van Rotterdam. Een Marokkaan nog wel. Het heeft geen zin om als tegenargument te geven dat de heer Aboutaleb toch juist het schoolvoorbeeld is van iemand die volledig in de Nederlandse samenleving geďntegreerd is. Van wethouder, via staatssecretaris naar burgemeester van Rotterdam. Er zijn genoeg Nederlanders van hoge rang en stand die dat niet voor elkaar hebben gekregen. Nee, het is een Marokkaan en geen Nederlander, ongeacht zijn kwaliteiten. Het kan toch niet zo zijn dat er in Nederland niemand anders gekwalificeerd is voor deze belangrijke, toonaangevende functie. Lees de NRC, lees de Volkskrant, ze leest er voorbeelden genoeg. Nederland gaat haar aan het hart, ze is altijd geďnteresseerd in mensen en hun geschiedenis, doneert ruim aan goede doelen. Maar ze ziet Nederland veranderen. 

Mevrouw heeft last van gewetensnood. Ze beseft zelf dat haar uitspraken in strijd zijn met het voor haar zo belangrijke rechtvaardigheidsprincipe vanuit de Tweede Wereldoorlog. Alleen is de rechtvaardigheid van toen anders dan nu. Nu is het vooral de rechtvaardigheid voor de oude, autochtone bevolking, die machteloos moet toezien hoe Nederland verandert. Hoe de hoofddoekjes oprukken, de kerken verdwijnen en zij veel jongeren niet eens meer kan verstaan op straat omdat het taaltje haar onbekend is. Maar wie zijn vandaag de dag dan eigenlijk de onderdrukkers en onderdrukten? Wie moet nu met wie integreren? Welke cultuur en welk geloof heeft de diepste wortels en is het sterkst? Wie gaat hier in Nederland de baantjes inpikken? De joden deden het vroeger, de Duitsers vonden het maar niets. Nu zijn het de Marokkanen; eentje is zelfs burgemeester geworden. Maar wie gaat dit stoppen? Wilders? De nazaten van Fortuyn? Mevrouw is een witte senior. Ze wil niet op Wilders stemmen, maar ze heeft wel moeite met de integratie in Nederland. 

Mevrouw zit vast in haar heden, en daar komt eigenlijk geen verandering in.In de tijd dat zij nog werkte was het contact met de samenleving intensiever dan nu. Collega’s, klanten en leerlingen waren een afwisselend scala aan jong, oud, hoog- en laagopgeleid, autochtoon en allochtoon, al waren er van die laatste groep nog niet zo veel. Die afwisseling houdt je scherp en open voor iets dat anders is. Die werkkring is er al jaren niet meer, en dus is ook de dagelijkse omgang met collega’s en klanten weg.  De sociale omgeving van meneer en mevrouw is hetzelfde als vroeger. De vriendenkring is wit en bestaat uit oude vrienden van vakantie, sport of buurt. Er komen weinig nieuwe vrienden bij. In hun dagelijks leven komen nieuwkomers zoals bijvoorbeeld Marokkanen niet voor en blijft de vriendenkring een witte enclave. Het contact met de jeugd van tegenwoordig is er al lang niet meer.Niet vreemd dus dat de nieuwkomers onbekend en onbemind zijn. Het nieuws wordt door mevrouw redelijk selectief opgevat. Voor hen die daar ontvankelijk voor zijn, is het probleem van de integratie een self-fulfilling prophecy. Als je vooral let op wat er fout gaat, gaat het ook fout. Discussies over integratie worden gekenmerkt door discussies over Marokkanen, geweld en alles dat slecht is. 

Heeft het zin om nu, anno 2009, de discussie te beginnen over de witte senioren en hun “bijdrage” aan het integratieproces? Of is het een verloren zaak om de witte senioren “mee te krijgen”? Is er iets dat de witte senioren ervan kan overtuigen dat de goeden niet mogen lijden onder de slechten, dat het niet uitmaakt of iemand geboren Nederlander is of hier is geboren met buitenlandse ouders? 

Als mevrouw gevraagd wordt wat zij dan wil dat er verandert, heeft zij het eigenlijk helemaal niet over “integratie” of “inburgering”. Voor mevrouw zijn hard werken en je netjes gedragen belangrijke kernwaarden. Medeburgers die zich verantwoordelijk voelen voor zichzelf, hun toekomst en voor hun omgeving worden door haar sneller geaccepteerd dan tuig, mensen die afwachten en handophouders. Vroeger moest iedereen werken voor zijn geld en had de politie nog macht en vooral gezag. Waarom kan dat nu niet meer? Dat is precies waar volgens haar de overheid energie in moet steken. 

Dat betekent doorgaan met het bestrijden van overlast. Het mag en kan dan niet uitmaken of iemand wit of zwart is, Hollander of Marokkaan. Tuig is tuig. En er moet iets bedacht worden om asociaal gedag aan te pakken. Criminelen komen uiteindelijk in het gevang, maar tuig dat kliert net niet. Daar staan de kranten vol van. 

Het betekent investeren in goed onderwijs, zodat ook de 3e en 4e generatie nieuwkomers kan doorstromen naar goede functies in de samenleving. En dat begint nu, op de basisscholen. De kindjes van nu weten niet eens wat “allochtonen” zijn. Ze weten alleen dat ze leuk met elkaar kunnen spelen. En bovendien vinden ze de juffrouw op het kinderdagverblijf heel lief en soms ook wel streng met de “knuistregels”: luisteren naar de juf, niet vechten, niet schelden, respect voor elkaar hebben. En dat de juf een hoofddoekje op heeft interesseert hen totaal niet. 

Het betekent ook dat het glazen plafond voor allochtonen, hier geboren of niet, doorbroken moet worden. De absolute voorwaarde is dat dit geen positieve discriminatie mag zijn. Kwaliteit en geschiktheid zijn de enige selectiecriteria. Zodra afkomst, geloof of huidskleur mee gaat tellen is het funest voor de integratie. Dan worden de allochtonen voorgetrokken, dan pikken zij onze baantjes in. 

Uiteindelijk zal blijken dat het nemen van verantwoordelijkheid voor je eigen toekomst, verdraagzaamheid voor medeburgers en zorgvuldig gebruik van de vrijheid om je eigen cultuur en geloof aan te hangen de basisvoorwaarden en succesfactoren zijn voor integratie. Dat is niet op een achternamiddag geregeld. Daar gaat een decennium overheen. 

Ze wil niet discrimineren, ze wil zich niet aanpassen. Ze wil geen witte knuffelsenior zijn waar je medelijden mee moet hebben. Ze kan prima voor zichzelf zorgen. Ze wil wel dat het veilig is op straat en dat ze netjes wordt behandeld in de supermarkt. Ze is nu 72. Heeft zij nog de tijd om een decennium te wachten? Het heeft in ieder geval geen zin om mevrouw nu de les te lezen over haar rol in het integratieproces.  Laatst was het weer in het nieuws: geweld tegen hulpdiensten neemt toe. Volgens haar is dat begonnen toen al die mensen met een kleurtje hier zijn gekomen.  

[-] 

Bas van Tijn

VVD Gemeenteraadslid Rotterdam

Wie is Bas?
Politiek
Standpunten
Nieuws